Nieuwe producten toegevoegd — Bestel nu!

Avonturen met een Egyptische hond



In maart gingen wij op vakantie naar Egypte en als vrijwilligster van stichting AAI was ik benieuwd of daar nog organisaties actief op dierengebied waren. Via-via kwam ik in contact met dierenasiel SPARE in Kairo (the Society for the Protection of Animal Rights, Egypt) en omdat wij toch terugvlogen vanuit Kairo was het bestuur van AAI bereid om een hond uit dit asiel te herplaatsen. Ook al ging het maar om 1 hond, het asiel waardeerde het enorm dat buitenlanders interesse toonden voor hun werk. In een land waar mensen gemiddeld euro 1,50 per dag verdienen, hebben de meeste Egyptenaren wel wat anders aan hun hoofd dan het lot van dieren.

Het dierentehuis ligt een eind buiten de stad, in Gizeh, in de buurt van de piramides. Het zag er netjes uit, een stuk of 50 honden, per 2 in een hok, met een binnenplaats om te spelen. Behalve de opvang van honden biedt SPARE gratis medische zorg aan paarden en ezels, omdat Brooks Hospital alleen in Kairo actief is. Kairo is na Mexico City de grootste stad ter wereld met een bevolking van 20 miljoen mensen. Verder zijn er her en der in de stad braakliggende terreinen waar honden worden opgevangen. SPARE-vrijwilligers geven de bewakers geld in de hoop dat zij opletten als teams van de gemeente weer eens honden dood schieten of vergiftigen. 


SPARE had geen benches, Fulla zou in een grote ijzeren kooi reizen waar wel een leeuw in kon! De Egyptische luchtvaartmaatschappij had Mona Khalil, de contactpersoon van het asiel, laten weten dat Fulla gratis met ons mee mocht. In Egypte mag in principe niemand op de luchthaven komen die zelf niet reist. Dat betekende dat de chauffeur die Fulla naar het vliegveld zou brengen buiten moest blijven wachten. Ik zag dan ook wel een beetje tegen de terugvlucht op, als dat inchecken maar goed zou gaan.
Om kwart over 1 's nachts kwam de bus ons van het hotel ophalen. Mohammed was ruim op tijd en zou achter de bus aanrijden. Ik had met Mona afgesproken dat Fulla een kalmeringstabletje zou krijgen, maar volgens Mohammed had Fulla dat niet gehad. “Onmogelijk.” dacht ik, ze zat daar zo rustig en braaf in haar kooi. Over de bench zat aan 3 kanten een laken gespannen. 

Inchecken          

Het leek me verstandig om onze Egyptische reisbegeleider te informeren dat er een hond meeging. Mahmoud had als gids wel een speciaal pasje om de groep te vergezellen. Mahmoud keek even verbaasd, maar pakte de zaken gelijk voortvarend aan. Hij controleerde de papieren en loodste Fulla langs de röntgenmachine heen. Dit was het punt waar onze paspoorten, ticket en bagage gecontroleerd werden en tot waar Mohammed mee mocht. Voor het inchecken waren we expres achteraan gaan staan. Mahmoud stond ondertussen al vooraan druk te praten met een van de medewerkers van AMC airlines. De maatschappij wilde een kopie van Fulla´s reispapieren en extra kopieën had ik niet, dus Mahmoud duwde iemand een paar Egyptische ponden in handen en stuurde hem op pad om alle documenten te kopiëren. “Wie heeft jou gezegd dat de hond gratis mee mag?” vroeg hij aan mij. “Nu begint het gelazer, die meneer Amr is er natuurlijk vast niet” dacht ik pessimistisch. “Schrijf in het Engels op hoe dit allemaal is afgesproken” instrueerde Mahmoud mij. Ik noteerde op een blaadje dat we een hond meenamen uit het asiel van Kairo en dat mevrouw Khalil contact had opgenomen met meneer Amr, die had toegezegd dat de hond kosteloos vervoerd zou worden (dikke streep onder “kosteloos” ). Tot slot dankte ik de chartermaatschappij hartelijk voor hun geweldige medewerking (altijd beleefd zijn). Vervolgens vertaalde Mahmoud dit verhaaltje in het Arabisch.

Meneer Sayed

Eindelijk was het onze beurt om in te checken. Achter de balie zat een oudere heer. Hij wilde weten hoe de hond heette. “Fulla” antwoordde ik (Arabisch voor “gardeniabloem” ). “Wat een mooie naam, maar u zou haar eigenlijk “Lucky” moeten noemen, want ze heeft wel geluk dat ze met u mee mag. Mevrouw Khalil heeft met mij gesproken.” Nu herinnerde ik me dat Mona had verteld dat ze eerst met iemand op het kantoor van AMC airlines had gebeld en daarna nog met een persoon op het vliegveld. Dat was deze meneer Sayed. Wat een mazzel dat hij zelf aanwezig was. Ik bedankte hem uitvoerig dat wij Fulla gratis mochten meenemen. “U hoeft mij niet te bedanken,” glimlachte meneer Sayed “het is geen gunst.” Dat ging allemaal van een leien dakje, uiteraard ook dankzij Mahmoud. Met een dikke fooi namen we afscheid van hem. Het was gelukt! Frank wuifde naar Mohammed, die buiten stond, dat alles in orde was en ik belde opgetogen naar Mona dat ze naar bed kon. Wisten wij veel wat ons nog boven het hoofd hing…..

Problemen         

Een half uur later bracht een bus ons naar het vliegtuig. De kooi met Fulla zag ik al staan. Ze lag gewoon, wat een brave hond. Gelijk bij binnenkomst in het vliegtuig vroeg ik aan een steward of de piloot de zuurstof en verwarming kon aanzetten in het ruim. “Nou, we zijn nog aan het kijken of er wel plek is.” zei hij tot mijn schrik . “Wat voor stoelnummer heeft u? Gaat u maar zitten. Als het nodig is, kom ik wel naar u toe.” Verhip, zoveel bagage kon er toch niet zijn? Met een ongerust gevoel zocht ik mijn plaats op. 

Een paar minuten later zag ik dezelfde steward onze richting uitlopen. “Wilt u even meekomen?” O jee, dit was foute boel. Met een bonkend hart liep ik mee naar voren. Daar stond een Egyptenaar die vloeiend Nederlands bleek te spreken en kennelijk over het inladen van de bagage ging. “We hebben een probleem” liet hij meteen onomwonden weten “die kooi is veel te groot, die past niet door de laaddeur van het vliegtuig”. Shit, hier had ik niet op gerekend! “Kan hij dan niet op zijn kant naar binnen?” stelde ik voor. Nee, dat ging ook niet, ik mocht zelf komen kijken. Ik liep met hem mee naar buiten en toen we aan de zijkant van het vliegtuig stonden, zag ik het meteen, dit ging echt niet. Wat nu? “Heeft u geen andere kooi?” vroeg ik tegen beter weten in. Natuurlijk had hij niks anders; waar zou zo´n man een bench vandaan moeten toveren? Ik vertelde hem dat de afmetingen van de kooi waren doorgegeven aan meneer Sayed, die had gezegd dat het geen probleem was…. Zou Fulla dan stranden op het vliegveld van Kairo? 

Een creatieve oplossing!

Wat moest ik doen, Mona bellen dat ze Fulla moest ophalen? “Kan ze niet mee aan boord?” drong ik paniekerig aan. “Nee, dat gaat helaas niet.” “Ja maar ze is heel rustig, want ze heeft een kalmeringstabletje gekregen en we zitten bij de nooduitgang.” soebatte ik. “Nee” herhaalde de Egyptenaar “dat kan ik echt niet doen, want daar kunnen andere mensen over klagen.” Ik keek hem wanhopig aan. “Maar wat moeten we dan doen?” “Is ze gezond?” “Ja, natuurlijk is ze gezond, ik heb alle papieren, ik zal ze u laten zien.” Ik rende naar mijn plaats om de gezondheidsverklaringen te halen. De medewerker bekeek alles nauwkeurig en zei toen “Zet haar maar achterin, op het toilet. Maar als er schade komt, bent u daar voor aansprakelijk.” WAUW, ik kon hem wel zoenen! 

Het toilet

Ik holde de trap van het vliegtuig weer af, plukte Fulla uit de kooi en draafde met haar terug naar binnen. Als een mak schaap lag ze in mijn armen en gaf geen kik. Hup, Fulla in het toilet gestopt en deur dicht. Het cabinepersoneel deed de deur op slot en verhit plofte ik neer op de achterste stoel bij de wc. Wat een toestand! Nu maar hopen dat Fulla niet zou gaan blaffen, aan de toiletbril knagen of in de pot zou springen. Ik zat net of ik rook een vieze geur, ai, er lag poep in het gangpad. Ik ruimde alles zo goed mogelijk op met enkele servetjes, terwijl een stewardess met een spuitbus een kunstmatig bloemenluchtje op de grond sprayde. Ik hoorde even wat gekrabbel aan de deur, maar voor de rest hield Fulla zich gedeisd. Eindelijk taxiede het vliegtuig weg en steeg op. Hoera, we waren onderweg! 



De piloot

In Luxor maakte ons toestel een tussenlanding. Zodra we stilstonden, maakte ik de deur van het toilet open. Hoe zou het met Fulla zijn? Fulla lag opgekruld op de grond. Ze sprong gelijk op en ik kon nog net voorkomen dat ze naar buiten glipte. Gelukkig, alles ging goed; wat een voorbeeldige hond. In Luxor kwamen nog meer passagiers aan boord en toen vlogen we echt naar Nederland en kon ik me eindelijk een beetje ontspannen.

Halverwege de vlucht kwam de hoofdsteward melden dat de gezagvoerder mij wilde spreken. Ik werd gelijk weer nerveus, wat zou er nu aan de hand zijn? Ik toog naar de cockpit en de steward klopte op de deur, waarna de deur open werd gedaan. Ik stapte naar binnen en zag tot mijn verbazing een bekend gezicht. Het was de piloot zelf met wie ik eerder had gesproken, terwijl ik dacht dat het iemand van het grondpersoneel was! “Hoe gaat het met de hond?” vroeg meneer Hussin “Moet hij niet wat te eten en drinken krijgen?” Hij was enigszins bezorgd of we op Schiphol geen problemen zouden krijgen omdat we geen bench of riem bij ons hadden. Dat was iets waar ik me helemaal niet druk om maakte. Al zou iemand er wat van zeggen, ze konden ons moeilijk terugsturen naar Egypte. Ik bedankte hem nogmaals voor zijn welwillendheid, maar kon toch niet nalaten op te merken dat de maten van de kooi precies waren opgegeven. Toen kwam de aap uit de mouw, de piloot vertelde dat er op het laatste moment was besloten met een kleiner toestel te vliegen. Bij het andere vliegtuig was de laadklep wel groot genoeg geweest. Aha!  

Schiphol

Fulla op SchipholTegen 11.00 uur landden we op Schiphol en nadat alle passagiers waren vertrokken, deed ik de toiletdeur weer open. Fulla was nog steeds springlevend. Omdat we geen riem bij ons hadden, moest Frank haar het hele eind dragen. Bij de paspoortcontrole zetten we haar op de grond en trokken we haar aan haar halsband mee. De man van de marechaussee had niets in de gaten. Bij de bagageband gaf iemand van ons reisgezelschap een riem van haar tas waarmee we Fulla konden aanlijnen. “Fulla, yallah” moedigde ik aan (Arabisch voor “hup”) en zowaar, Fulla trippelde keurig mee, weliswaar met haar staart tussen de benen, maar ze liep! Bij de douane was niemand te bekennen en konden we zo doorlopen. Daar troffen we de AAI-vrijwilligster die Fulla zou opvangen. Pfffttt, onze missie was geslaagd! 
Tegen 11.00 uur landden we op Schiphol en nadat alle passagiers waren vertrokken, deed ik de toiletdeur weer open. Fulla was nog steeds springlevend. Omdat we geen riem bij ons hadden, moest Frank haar het hele eind dragen. Bij de paspoortcontrole zetten we haar op de grond en trokken we haar aan haar halsband mee. De man van de marechaussee had niets in de gaten. Bij de bagageband gaf iemand van ons reisgezelschap een riem van haar tas waarmee we Fulla konden aanlijnen. “Fulla, yallah” moedigde ik aan (Arabisch voor “hup”) en zowaar, Fulla trippelde keurig mee, weliswaar met haar staart tussen de benen, maar ze liep! Bij de douane was niemand te bekennen en konden we zo doorlopen. Daar troffen we de AAI-vrijwilligster die Fulla zou opvangen. Pfffttt, onze missie was geslaagd! 




Eindelijk was het onze beurt om in te checken. Achter de balie zat een oudere heer. Hij wilde weten hoe de hond heette. “Fulla” antwoordde ik (Arabisch voor “gardeniabloem” ). “Wat een mooie naam, maar u zou haar eigenlijk “Lucky” moeten noemen, want ze heeft wel geluk dat ze met u mee mag. Mevrouw Khalil heeft met mij gesproken.” Nu herinnerde ik me dat Mona had verteld dat ze eerst met iemand op het kantoor van AMC airlines had gebeld en daarna nog met een persoon op het vliegveld. Dat was deze meneer Sayed. Wat een mazzel dat hij zelf aanwezig was. Ik bedankte hem uitvoerig dat wij Fulla gratis mochten meenemen. “U hoeft mij niet te bedanken,” glimlachte meneer Sayed “het is geen gunst.” Dat ging allemaal van een leien dakje, uiteraard ook dankzij Mahmoud. Met een dikke fooi namen we afscheid van hem. Het was gelukt! Frank wuifde naar Mohammed, die buiten stond, dat alles in orde was en ik belde opgetogen naar Mona dat ze naar bed kon. Wisten wij veel wat ons nog boven het hoofd hing….. 

Een half uur later bracht een bus ons naar het vliegtuig. De kooi met Fulla zag ik al staan. Ze lag gewoon, wat een brave hond. Gelijk bij binnenkomst in het vliegtuig vroeg ik aan een steward of de piloot de zuurstof en verwarming kon aanzetten in het ruim. “Nou, we zijn nog aan het kijken of er wel plek is.” zei hij tot mijn schrik . “Wat voor stoelnummer heeft u? Gaat u maar zitten. Als het nodig is, kom ik wel naar u toe.” Verhip, zoveel bagage kon er toch niet zijn? Met een ongerust gevoel zocht ik mijn plaats op. Een paar minuten later zag ik dezelfde steward onze richting uitlopen. “Wilt u even meekomen?” O jee, dit was foute boel. Met een bonkend hart liep ik mee naar voren. Daar stond een Egyptenaar die vloeiend Nederlands bleek te spreken en kennelijk over het inladen van de bagage ging. “We hebben een probleem” liet hij meteen onomwonden weten “die kooi is veel te groot, die past niet door de laaddeur van het vliegtuig”. Shit, hier had ik niet op gerekend! “Kan hij dan niet op zijn kant naar binnen?” stelde ik voor. Nee, dat ging ook niet, ik mocht zelf komen kijken. Ik liep met hem mee naar buiten en toen we aan de zijkant van het vliegtuig stonden, zag ik het meteen, dit ging echt niet. Wat nu? “Heeft u geen andere kooi?” vroeg ik tegen beter weten in. Natuurlijk had hij niks anders; waar zou zo´n man een bench vandaan moeten toveren? Ik vertelde hem dat de afmetingen van de kooi waren doorgegeven aan meneer Sayed, die had gezegd dat het geen probleem was…. Zou Fulla dan stranden op het vliegveld van Kairo? Wat moest ik doen, Mona bellen dat ze Fulla moest ophalen? “Kan ze niet mee aan boord?” drong ik paniekerig aan. “Nee, dat gaat helaas niet.” “Ja maar ze is heel rustig, want ze heeft een kalmeringstabletje gekregen en we zitten bij de nooduitgang.” soebatte ik. “Nee” herhaalde de Egyptenaar “dat kan ik echt niet doen, want daar kunnen andere mensen over klagen.” Ik keek hem wanhopig aan. “Maar wat moeten we dan doen?” “Is ze gezond?” “Ja, natuurlijk is ze gezond, ik heb alle papieren, ik zal ze u laten zien.” Ik rende naar mijn plaats om de gezondheidsverklaringen te halen. De medewerker bekeek alles nauwkeurig en zei toen “Zet haar maar achterin, op het toilet. Maar als er schade komt, bent u daar voor aansprakelijk.” WAUW, ik kon hem wel zoenen! Ik holde de trap van het vliegtuig weer af, plukte Fulla uit de kooi en draafde met haar terug naar binnen. Als een mak schaap lag ze in mijn armen en gaf geen kik. Hup, Fulla in het toilet gestopt en deur dicht. Het cabinepersoneel deed de deur op slot en verhit plofte ik neer op de achterste stoel bij de wc. Wat een toestand! Nu maar hopen dat Fulla niet zou gaan blaffen, aan de toiletbril knagen of in de pot zou springen. Ik zat net of ik rook een vieze geur, ai, er lag poep in het gangpad. Ik ruimde alles zo goed mogelijk op met enkele servetjes, terwijl een stewardess met een spuitbus een kunstmatig bloemenluchtje op de grond sprayde. Ik hoorde even wat gekrabbel aan de deur, maar voor de rest hield Fulla zich gedeisd. Eindelijk taxiede het vliegtuig weg en steeg op. Hoera, we waren onderweg! 

In Luxor maakte ons toestel een tussenlanding. Zodra we stilstonden, maakte ik de deur van het toilet open. Hoe zou het met Fulla zijn? Fulla lag opgekruld op de grond. Ze sprong gelijk op en ik kon nog net voorkomen dat ze naar buiten glipte. Gelukkig, alles ging goed; wat een voorbeeldige hond. In Luxor kwamen nog meer passagiers aan boord en toen vlogen we echt naar Nederland en kon ik me eindelijk een beetje ontspannen. Halverwege de vlucht kwam de hoofdsteward melden dat de gezagvoerder mij wilde spreken. Ik werd gelijk weer nerveus, wat zou er nu aan de hand zijn? Ik toog naar de cockpit en de steward klopte op de deur, waarna de deur open werd gedaan. Ik stapte naar binnen en zag tot mijn verbazing een bekend gezicht. Het was de piloot zelf met wie ik eerder had gesproken, terwijl ik dacht dat het iemand van het grondpersoneel was! “Hoe gaat het met de hond?” vroeg meneer Hussin “Moet hij niet wat te eten en drinken krijgen?” Hij was enigszins bezorgd of we op Schiphol geen problemen zouden krijgen omdat we geen bench of riem bij ons hadden. Dat was iets waar ik me helemaal niet druk om maakte. Al zou  iemand er wat van zeggen, ze konden ons moeilijk terugsturen naar Egypte. Ik bedankte hem nogmaals voor zijn welwillendheid, maar kon toch niet nalaten op te merken dat de maten van de kooi precies waren opgegeven. Toen kwam de aap uit de mouw, de piloot vertelde dat er op het laatste moment was besloten met een kleiner toestel te vliegen. Bij het andere vliegtuig was de laadklep wel groot genoeg geweest. Aha!

Tegen 11.00 uur landden we op Schiphol en nadat alle passagiers waren vertrokken, deed ik de toiletdeur weer open. Fulla was nog steeds springlevend. Omdat we geen riem bij ons hadden, moest Frank haar het hele eind dragen. Bij de paspoortcontrole zetten we haar op de grond en trokken we haar aan haar halsband mee. De man van de marechaussee had niets in de gaten. Bij de bagageband gaf iemand van ons reisgezelschap een riem van haar tas waarmee we Fulla konden aanlijnen. “Fulla, yallah” moedigde ik aan (Arabisch voor “hup”) en zowaar, Fulla trippelde keurig mee, weliswaar met haar staart tussen de benen, maar ze liep! Bij de douane was niemand te bekennen en konden we zo doorlopen. Daar troffen we de AAI-vrijwilligster die Fulla zou opvangen. Pfffttt, onze missie was geslaagd! 


Petra Poorter & Frank Bouwens














Mona vertelde later dat Fulla geen kalmeringstabletje had gekregen, omdat de dierenarts bang was dat haar bloeddruk in het vliegtuig te ver zou dalen. En wij maar denken dat ze zo rustig was vanwege een pilletje! De website van SPARE is http://www.sparelives.org/index.pl/home .

        

No items found. · Terms & Conditions · Privacy policy · Alle rechten voorbehouden.